Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 11 december 2018

Een (ruimer) Kinderpardon is niet de oplossing, maar wat dan wel?

Op dit moment zijn er een paar honderd kinderen in Nederland die in aanmerking kunnen komen voor het Kinderpardon. Dit betekent onder andere dat deze kinderen minderjarig zijn, ten minste 5 jaar in Nederland verblijven en zich niet hebben onttrokken aan het toezicht (IND, Dienst Terugkeer en Vertrek om een paar voorbeelden te noemen). Hoewel ze het ‘papiertje’ niet hebben, leren deze kinderen de taal, gaan ze hier naar school, maken vriendjes, groeien hier op en voelen zich hier thuis. En dan komt na een jarenlange procedure het moment van de waarheid: je mag blijven of je moet weg.

 

Met name landelijke politici komen om de zoveel tijd in het nieuws over het Kinderpardon. Sommigen met hele zakelijke argumenten als de wet is de wet en weer anderen met heel veel medeleven over de vervelende situatie. Maar het zijn onze gemeenten die op hun kop staan. Met ouders en leraren die protesteren, huilende schoolvriendjes die er helemaal niks van snappen, kinderen die letterlijk van hun bed worden gelicht. En met uitgeprocedeerde kinderen die worden ingezet door ouders en advocaten om in de media te komen en zo een politiek besluit willen afdwingen. Denk bijvoorbeeld aan Lili en Howick. Of dat hele mediacircus nou in het belang van Lili en Howick was, betwijfel ik.

 

Symptoombestrijding

We doen in Nederland aan symptoombestrijding en pakken nog altijd niet het echte probleem aan; namelijk dat het belang van het kind niet is geborgd in de aanvraagprocedure, zowel voor asiel- als reguliere aanvragen.

 

Kinderen hebben in de wettelijke procedure een afgeleid belang van hun ouders en geen eigenstandige (rechts)positie. Op het moment dat ouders, en dus kind, geen recht hebben op een verblijfsvergunning, maar dat besluit wel het belang van het kind ernstig schaadt, is er geen juridische grond waarop dat kind zich kan beroepen. Die grond zou er wel moeten zijn. In de praktijk is dan ook de discretionaire bevoegdheid van de minister of staatssecretaris het laatste redmiddel.

 

Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind

  1. In 1995 heeft Nederland het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) geratificeerd. In artikel 3 van het Kinderrechtenverdrag staat dat ‘het belang van het kind bij alle beslissingen door de overheid, instanties en volwassenen de eerste overweging behoort te zijn’. Dit artikel is in Nederland ook vastgelegd in bijvoorbeeld het personen- en familierecht en het jeugdstrafrecht. Procedures zijn hierop aangepast en rechters houden rekening met het criterium ‘het belang van het kind’ bij uitspraken. In het vreemdelingenrecht wordt hier al bijna 20 jaar over geschreven en ook voor gepleit door de rechtspraktijk, hoogleraren, de Kinderombudsman en belangenorganisaties, maar helaas nog zonder resultaat. Hoog tijd dus voor een structurele oplossing.

 

Discretionaire bevoegdheid

De VVD opperde onlangs het schrappen van de discretionaire bevoegdheid van de minister of staatssecretaris die immigratie en asiel in portefeuille heeft. Dat lijkt me absoluut niet de oplossing en ook onwenselijk. Rechtspraak blijft mensenwerk en ziet zich gebonden aan de regels van dat moment. De discretionaire bevoegdheid kan dan juist een laatste redmiddel zijn in schrijnende gevallen. De drie andere coalitiepartijen (CDA, D66 en CU) hebben direct afwijzend gereageerd op het voorstel.

 

Onze eigen landelijke fractie gaat in op een uitbreiding van het Kinderpardon, voordat er überhaupt gepraat kan worden over het schrappen van deze ministeriele bevoegdheid. Dat is een onjuist uitgangspunt wat mij betreft. Is het uitbreiden van een slecht werkend lapmiddel dan echt het beste wat we kunnen bedenken? Begrijp me niet verkeerd, bij gebrek aan iets beters, moeten we vooral gebruiken blijven maken van het Kinderpardon, maar we kunnen echt beter.

 

Aanpassen van de asielprocedure in de Vreemdelingwet

Betekent dit nou dat alle aanvragen voor een verblijfsvergunning waar kinderen bij betrokken zijn automatisch tot een verblijfsvergunning leiden? Nee, dat niet. Maar je kunt zeker wel rekening houden met de ontwikkeling en omstandigheden van het kind. In ‘normale’ procedures bijvoorbeeld in het jeugdstrafrecht wordt er samengewerkt met de Raad voor de Kinderbescherming. Die geeft een onafhankelijk advies af aan de rechter en wordt in meeste gevallen opgevolgd. Deze werkwijze wordt niet gehanteerd in het vreemdelingerecht. Tegelijkertijd kunnen kinderen (beter) worden begeleid of behandeld door professionals tijdens hun verblijf in AZC’s in afwachting van een besluit.

 

In de jurisprudentie is bepaald dat het IVRK rechtstreekse doorwerking heeft. Dat betekent dat de Nederlandse bestuursrechter concrete gevallen aan het IVRK mag toetsen. Diezelfde bestuursrechter geeft alleen aan dat artikel 3 vaag omschreven is en een duidelijke norm mist om aan te toetsen. Dit moet verder uitgewerkt worden in Nederlandse wet- en regelgeving. Dat is een duidelijke opdracht aan de wetgever! Tot die tijd zal de bestuursrechter terughoudend blijven.

 

Al sinds 2011 ligt er een initiatiefwetsvoorstel om het criterium ‘belang van het kind’ op te nemen in de vreemdelingenwet. Tijd om dit voorstel weer af te stoffen en een fundamentele discussie te voeren over een aanpassing van de vreemdelingenwet en de aanvraagprocedures. Dat is wat mijn betreft pas echt in het belang van het kind.